Praten over geld

We praten niet makkelijk over geld. Dat merk ik ook in ons gezin. Als onze kinderen vragen stellen, als: Hoeveel verdienen jullie iedere maand? Hoeveel is dat per uur? Zijn wij rijk? dan geef ik geen specifiek antwoord. Meestal zeg ik iets in de trant van: Papa en mama verdienen genoeg om alles te kunnen betalen. Met zulke antwoorden zijn ze lange tijd tevreden, totdat ze wat ouder worden. Ze willen toch graag weten hoeveel dat dan precies is.

Praten over geld begint bij het geven van zakgeld. Waarom krijg je zakgeld? Wat kun je met je zakgeld doen? Mag je alles in één keer opmaken iedere week (zoals wij vroeger deden: snoep kopen bij het ‘snoepvrouwtje’) of spaar je ergens voor? Wij begonnen met zakgeld geven toen de tweeling zes jaar werd. Ze kregen vijftig cent per week en dat voor twee jaar lang. In het begin was de verleiding groot om er iets van te kopen. We lieten ze dat ook doen, vooral om te leren omgaan met zakgeld.

Op een gegeven moment begonnen ze te vergelijken met andere klasgenoten: Zij krijgen 1 euro en wij maar 50 cent. Mogen wij ook meer zakgeld als we weer jarig zijn? Na hun achtste verjaardag kregen ze ieder 1 euro per week. Weer voor twee jaar lang. Ze doen dat iedere week braaf in hun spaarpot. Nu ze tien jaar zijn, krijgen ze twee euro per week. Ook weer voor twee jaar lang. De jongste van zeven krijgt nu ook zakgeld. Die vindt het nog niet zo belangrijk. Vaak stop ik het geld zelf in haar spaarpot en ze vraagt er ook niet om.

Een tijdje geleden hebben we voor alle drie een bankrekening geopend. Ik vind het steeds zoveel gedoe om contant geld te sparen voor in de spaarpot. Nu hebben we een systeem bedacht: Als je 5 of 10 euro in je spaarpot hebt zitten, wordt dat geld op je bankrekening gezet. Het contante geld krijgen wij weer terug om opnieuw uit te delen. Op die manier krijgen ze zowel iets van het fysieke als het digitale geld mee. Als ze met het geld – wat op hun bankrekening staat – iets duurs willen kopen, dan mogen ze dat pinnen. Ik moet nog iets verzinnen, waardoor ze niet gelijk het hele bedrag gaan gebruiken. Iets in de trant van: de helft van je zakgeld moet op de bankrekening blijven staan.

Nu zijn onze kinderen ijverige spaarders. Ze denken goed na over wat ze willen kopen van hun zakgeld. Ze krijgen ook steeds duurdere wensen. Een aantal daarvan wordt in vervulling gebracht met hun verjaardag. Vaak zijn het wel nuttige dingen die ze krijgen. Zo hebben de oudsten een nieuwe fiets gekregen voor hun verjaardag. En ‘nieuw’ staat hier voor tweedehands. De bedoeling was, dat ze een gedeelte van de fiets zelf zouden betalen. Uiteindelijk hebben we gezegd dat ze niets hoefden bij te betalen. Het feit dat ze er van uit gingen dat ze moesten bijbetalen, vonden we al knap genoeg.

Ik weet nog goed dat ik een fiets kreeg voor mijn verjaardag, vlak voordat ik naar de middelbare school ging. Mijn ouders betaalden 100 gulden en de rest moest ik zelf bijbetalen. Ik had in al die jaren hard gespaard (via de jaarlijkse stortingen op de bank van mijn spaarpot) en had genoeg gespaard om een hele nieuwe fiets te kopen. Een groot bedrag voor mijn leeftijd. Maar ik was er supertrots op en een goede les hoe je met geld (of zakgeld) zou moeten omgaan. Het zijn lessen die we onze dochters ook mee willen geven.

Leuk dat je meeleest! Ik ben de zeer gewone vrouw achter deze site. Mijn naam is Gerda (38) en ik schrijf over mijn alledaagse leven: ons gezin, feestjes en traktaties, duurzaam en groen leven, ontwerpen en moestuinieren. Maar ook over de ziekte van Bechterew.

Ik heb weer een nieuwe post. Ben benieuwd naar je reactie!