DIY: Planten stekken

Vroeger legden alle planten waar ik voor zorgde het loodje. Serieus, zelfs een cactus bleef niet leven. Achteraf gezien was het geen nalatigheid wat betreft het water geven. Het was eerder het tegenovergestelde. De planten die niet zoveel water nodig hadden, zoals cactussen en vetplanten, verzopen en die daar wél tegen konden, kregen teveel zonlicht en verbrandden.

Tegenwoordig is het anders. Voor iedere plant die ik in huis haal, wordt een geschikte plek in huis gezocht en zoek ik uit hoeveel water deze nodig heeft. Eén keer in de maand krijgen alle planten voeding en als ze niet voldoende groeien of zich niet fijn voelen op hun plek, verschuif ik de boel weer. De vetplanten en de cactussen vergeet ik bewust water te geven, om te voorkomen dat ze teveel krijgen. De andere kamerplanten krijgen gemiddeld één keer per week water. In de zomer meer dan eens per week en in winter wat minder. Als de potgrond droog aanvoelt is het weer tijd voor water.

We hebben in totaal 24 planten/stekjes: 17 in de woonkamer en 7 in de slaapkamers.

Onze collectie bestaat uit:

  • Twee cactussen (1,2)
  • Vier soorten vetplanten: Aloë Squarrosa (3), Aloë Aristata (4), Haworthia Royal Highness (5) en een Aloë Vera (stekje) (6)
  • Twee soorten vrouwentongen (stekjes): de Sansevieria Laurentii (7) en de Sansevieria Black Coral (8)
  • Vier gatenplanten: de Monstera Deliciosa (9, 10, 11, 12)
  • Twee pannenkoekplanten: de Pilea Peperomioides (13, 14)
  • Een Aspergeplant: de Asparagus Setaceus Plumoses (15)
  • Een Amaryllis: De Hippeastrum Minerva (16)
  • Vier soorten hangplanten: De Scindapsus (Epipremnum) Aureum (17, 18), De Scindapsus Pictus Trebie (19, 20), De schildpadplant: Callisia Turtle (21, 22) en een Vaderplant (stekje): Tradescantia Zebrina Purple Variety (23)
  • Een kleinbladige klimop: de Hedera Helix (24)

 

Sommige planten zijn makkelijk te vermeerderen. Een aantal licht ik uit:

De Gatenplant
Door deze plant ben ik begonnen met het stekken van planten. De Monstera Deliciosa gaf ik mezelf kado, een aantal jaar geleden. Het is een plant uit de aronskelkfamilie (Araceae). Het is een kruipende klimplant, die van nature voorkomt in de tropische regenwouden van zuidelijk Mexico tot in Panama.

Door onderzoek te plegen naar hoe je deze plant moet verzorgen, kwam ik erachter dat de gatenplant makkelijk te vermeerderen is. Omdat de plant bij aanschaf genoeg bladeren en stengels had en best wat kon missen, heb ik gelijk een stek gemaakt. Volgens mij zelfs twee. Ik koos twee bladeren met stengel en luchtwortel (is een bruine stengel die uit de plant groeit) en sneed deze met een schoon mesje aan de onderkant af.

De stek net afgesneden. Je ziet linksonder een kleine luchtwortel.

Daarna kun je op twee manieren omgaan met de stek: je zet de stek in water of gelijk in luchtige potgrond. Als je de stek in het water zet, wacht je totdat deze gaat wortelen. Je ziet dat er wortels uit de luchtwortel komen. Daarna kun je de stek alsnog in de potgrond steken. In het water blijft de stek ook groeien. Zelf steek ik de stek altijd gelijk in de potgrond. Uit ervaring weet ik dat het dan goed gaat.

De stek is uitgegroeid tot een grote plant

De moederplant

De Pannenkoekplant
Ook wel bekend als Pilea Peperomioides, is een plant die oorspronkelijk uit China komt en platte ronde blaadjes heeft in de vorm van een pannenkoek. De nakomelingen van de Pilea groeien naast de moederplant. De pannenkoekplant kreeg ik ooit als stekje van mijn collega. Een babypilea. Deze is in inmiddels uitgegroeid tot de moederplant en krijgt nu zelf babyplantjes. Ik kies vaak de grootste babyplant als stek, daarmee heb je de grootste kans van slagen. Ik heb ook weleens een te klein stekje genomen, daarmee lukte het bij mij niet.

Het linkerplantje heb ik als stek genomen

Je haalt een beetje potgrond rond de babyplant weg en snijdt de stek af, zo dicht mogelijk bij de moederplant. Daarna kun je het plantje laten wortelen in een kopje water of gelijk in potgrond zetten. Mijn eigen regel is: als er al wat wortels aan zitten, dan doe ik de plant gelijk in potgrond. Zo niet, dan laten wortelen. De stek hierboven heeft genoeg wortels, dus deze gaat de potgrond in.

De Schildpadplant
De Callisia Turtle, ook wel Schildpadplant genoemd, komt oorspronkelijk uit Mexico en Zuid-Afrika. De plant vormt lange stengels met kleine schubachtige, bijna ronde blaadjes. Het blad is donkergroen van kleur en de achterkant van de blaadjes hebben een paarsachtige gloed.

De plant begon bij mij als stek. Ik kreeg deze van mijn moeder. Ik vond het zo’n grappige hangplant. Lekker wild. In het begin deed de plant niet zoveel. De plant had het niet naar zijn zin bij ons. Ik ontdekte dat de plant op de verkeerde plek stond, veel te veel in de schaduw. Bij mijn ouders hangt de plant voor het raam, dus dat heb ik uiteindelijk ook gedaan. Ik heb een macramé plantenhanger gemaakt en deze voor het raam gehangen met de plant er in (we hebben geen vensterbanken).

De schildpadplant heeft twee maanden niks gedaan, totdat hij voor het raam werd gehangen…

De schildpadplant op 30 november

Na een maand was mijn schildpadplant zo gegroeid dat ik er zelfs al weer stekjes van kon maken. Dat kun je heel gemakkelijk doen. Je snoeit aan de onderkant een aantal stengels af. Ik neem meestal 8 – 12 stuks. Je zorgt ervoor dat je aan de onderkant wat blaadjes hebt weggehaald. In de oksel waar de blaadjes gezeten hebben, vormen zich weer hele kleine worteltjes. Ook dit kun je weer op twee manieren doen: laten wortelen in water of rechtstreeks in de potgrond zetten. Ik weet uit ervaring dat de stengels heel snel wortels geven, meestal na 2/3 dagen al. Daarom steek ik ze altijd gelijk in potgrond, want het ‘groeit als onkruid’ (woorden van mijn moeder). Mits je de stek op de juiste plek in huis zet (lichte plek) en voldoende water geeft, wordt het binnen een paar maanden een volwaardige plant!

 

Op de linkerfoto zie je dat er na twee dagen al worteltjes uit de oksels van de bladeren komen

Ook iemand die geen groene vingers had en planten liet doodgaan, kan planten vermeerderen. Gewoon beginnen en proberen. Succes!

 

Leuk dat je meeleest! Ik ben de zeer gewone vrouw achter deze site. Mijn naam is Gerda (36) en ik schrijf over mijn alledaagse leven: ons gezin, feestjes en traktaties, duurzaam en groen leven, ontwerpen en moestuinieren. Maar ook over de ziekte van Bechterew.
Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *