Slow tuinieren

Als ik zo kijk op onze volkstuin, gaat iedereen op zijn eigen manier om met de moestuin. Hoe deze wordt ingedeeld en aangelegd, wat voor (eetbare) planten en fruit er worden geteeld en hoe de ruimte wordt verzorgd. Het varieert van een overdreven georganiseerde tuin tot een heerlijke wanorde van planten, groenten, gras en onkruid. De één zet zijn hele tuin vol met aardappelen en de ander heeft per rijtje een ander gewas. De meeste mensen hebben frambozen en aardbeien, sommigen hebben bramen, bessen en druiven. Een enkeling gebruikt zijn tuin voor heel veel (snij)bloemen.

Als ik zou moeten omschrijven wat voor types wij zijn, dan neigen we in eerste instantie naar ordelijke tuinierders. We houden van plannen maken en structuur. Hier een bedje voor dit en hier een bedje voor dat. Recht toe recht aan, geen kronkelpaadjes, geen onkruid en geen verloren hoekjes. Mijn grote wens is dat het niet saai wordt, dat onze moestuin ooit een paradijsje gaat worden. Een tuin die heerlijk ruikt. Waar je, naast je eigen groente en fruit, ook een mooie bos bloemen kunt plukken. Een tuin die productief is, maar ook esthetisch verantwoord.

Wat dat betreft kan ik de winter wel wegkijken. Als ik voor inspiratie kijk op Pinterest, zie ik alleen maar moestuinen op zijn hoogtepunt, in de lente- of zomertijd. Alles groeit en bloeit. In februari is het nog een saaie boel en dat past bij de tijd van het jaar. Je haasten heeft geen zin, het werkt zelfs averechts. Ieder seizoen heeft zijn momenten en functie en die moeten we respecteren.

‘Het mooie van een tuin is dat hij groeit onder je handen. Slow tuinieren betekent net als slow food, de tijd nemen om te genieten. Het proces doet ertoe, niet de snelle transformatie. Als je een beetje bouwt, een beetje spit, wat plant, vaak oogst en – nog belangrijker – niet probeert alles tegelijk te doen, dan werkt de natuur met je mee.’ (Alys Fowler)

Snel tuinieren rijmt ook niet met een ziekte als Bechterew. Dus doe ik iedere dag een beetje. Op het tempo van een slak probeer ik te werk te gaan, al past het niet bij mij. Ik wil graag resultaat zien. Maar als je langzaam en aandachtig te werk gaat, wordt het proces als vanzelf ook belangrijker.

Ik lees zoveel ik kan over (voor)zaaien, verplanten, poten, over een goede composthoop maken. Ik maak praatjes met mede tuinierders. Ik leer steeds wat meer bij. Dat bijvoorbeeld de dikkere witte wortels in de aarde wortels van akkerwinde zijn, de kleintjes van kweekgras en de zwarte wortels van heermoes. Dat akkerwinde er mooi uitziet met zijn witte / roze bloemetjes, maar hij windt zich om alles heen. Dat heermoes – het onkruid onder het onkruid met zijn meterslange wortels – best nuttig is. De wortels halen mineralen uit de bodem naar boven en maakt dit beschikbaar voor andere planten. Dat als er geen eten meer zou zijn, je altijd nog heermoes kan eten.

Zo leer ik – samen met de kinderen – aandacht te hebben voor de beestjes die in de grond aan het werk zijn. Dat veel wormen betekent dat je vruchtbare aarde hebt. Dat slakken geen poten of benen hebben, maar één grote voetzool. Dat ze net als bomen, groeiringen op hun huisje hebben en dat ze zelf kleine reparaties kunnen uitvoeren aan hun huisje.

We nemen de tijd om de eerste groente te zaaien (tuinbonen, kapucijners) en creëren een plek voor bloemen, kruiden en vaste planten. Stiekem wordt er een rond paadje gelegd. Waar de kinderen al honderd rondjes over gelopen hebben. Ontstaan er hoekjes waar je even kan uitrusten. Schoffelen we de aarde wat om. Halen we wortels weg en verdwijnt het plastic beetje bij beetje uit de tuin. Het is een proces en we zitten er middenin.

Tot slot nog een leuk linkje: The Edible Garden

Leuk dat je meeleest! Ik ben de zeer gewone vrouw achter deze site. Mijn naam is Gerda (36) en ik schrijf over mijn alledaagse leven: ons gezin, feestjes en traktaties, duurzaam en groen leven, ontwerpen en moestuinieren. Maar ook over de ziekte van Bechterew.
Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *