Onderscheid maken

Kind 1: Is deze komkommer van de moestuin of van de winkel?
Antwoord: Van de winkel. (Oh, gelukkig!)

Kind 2: Hebben we de zelfgemaakte jam nog, voor in de yoghurt of heb je alweer nieuwe gekocht in de winkel?
Antwoord: Ik heb nog steeds de zelfgemaakte jam. (Dan hoef ik geen jam.)

Man: Hebben we nou nog steeds sperziebonen?
Antwoord: Ja, nog drie bakken te gaan. (Fijn, ik ben niet zo’n bonen fan.)
Komt ie nu mee.

Herkenbare vragen? Als je een eigen moestuin hebt, misschien wel. Ik kan me niet herinneren dat er ooit zulke vragen over het eten werden gesteld bij ons thuis. Ik ben ook niet opgegroeid met een moestuin. Mijn moeder daarentegen wel.

Dus toen ik zei dat we boerenkool verbouwen, vertelde ze: Dat heb ik jaren niet kunnen eten, want mijn moeder klopte op een dag de matten uit boven de pas geplukte boerenkool! Je kunt je wel voorstellen wat voor traumatische maaltijd dat was geweest. Het is natuurlijk altijd handig om groente uit de moestuin goed af te wassen (en het niet bij één of twee keer te laten!). Maar boerenkool met haren: daar zit niemand op te wachten.

Soms vraag ik me af: help ik mijn kinderen nu ook niet aan een trauma? Zoals mijn moeder heeft met boerenkool? Bijvoorbeeld: onze kinderen doen tegenwoordig een spelletje op de fiets, waarbij ze vragen aan elkaar stellen als: lust jij….?? En dan proberen een zo lekker mogelijk recept/ingrediënt te noemen of zo vies mogelijk. De zin begint vaak met: lust jij een pannenkoek met… of een boterham met….? Op die pannenkoeken en boterhammen belandden heerlijke dingen, zoals: chocola, slagroom, jam, poedersuiker, aardbeien, maar ook: stenen en zweetsokken. Op dat moment wordt er duidelijk onderscheid gemaakt: dan bedoel ik de jam uit de winkel hè? Niet uit de moestuin.  Pffff, ja. Die is echt zoooo vies!

Ik kan me voorstellen dat ze onderscheid maken. Bij de jam gaat het niet zozeer om de zoetheid, want zure jam vinden ze ook prima. Het gaat om de structuur (grote brokken fruit) en de pitjes (van de bramen en de aalbessen) die in de jam zitten.
De komkommers zijn niet constant qua smaak, zoals in de winkel. Soms zijn ze zoet (en prima) en soms zijn ze bitter.

En we hebben natuurlijk een soortgelijk incident meegemaakt zoals mijn moeder, maar dan met andijvie. Een collega vroeg jaren geleden –  die ook een moestuin bezit – of ik zin had in andijvie? Ja hoor, lekker!  Ik kreeg twee kroppen andijvie, maar wat ik toen nog niet wist (zonder moestuin) dat deze andijvie niet per sé beestjesloos was. Of zandloos. Ik herinner me wel van vroeger dat de kroppen andijvie minstens drie keer gewassen moesten, maar ik dacht: wat een onzin! Twee keer wassen is ook voldoende. Dus die avond aten we stamppot andijvie met iets extra’s. Dat is peper, jongens en meiden!

Aan de andere kant: ze leren nu wel andere smaken en structuren kennen, groente en fruit waarderen die een andere vorm of smaak hebben dan normaal.

Maar soms hoeven ze niet te weten wat er in het eten zit.

Kind 3: Wat eten we vandaag?
Antwoord: Tomatensoep.
Man: De tomatensoep is wel erg zoet vandaag.
Antwoord (geluidloos en zonder dat de kinderen het zien): Pom-poen! (Nog 16 te gaan).

Leuk dat je meeleest! Ik ben de zeer gewone vrouw achter deze site. Mijn naam is Gerda (36) en ik schrijf over mijn alledaagse leven: ons gezin, feestjes en traktaties, duurzaam en groen leven, ontwerpen en moestuinieren. Maar ook over de ziekte van Bechterew.
Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *