In mei staan alle plantjes in een rij

Bijna alle plantjes zijn uitgeplant in de moestuin, op de paprika en de jalapeño na. Zelfs de planten die ik heel laat gezaaid heb, zijn uitgeplant. Drie courgetteplanten en twee oost-Indische kers hebben het in april – in de volle grond – niet overleefd en deze heb ik opnieuw voorgezaaid. Ook deze plantjes staan nu in de aarde.

Koolgewassen
De rode kool-, broccoli- en bloemkoolplanten staan alweer een tijdje in de moestuin en hebben de weerswisselingen goed doorstaan. Al vraag ik me af wanneer de rode kool een kooltje gaat maken. Het zal wel weer een kwestie van geduld zijn. In juni misschien?

Van links naar rechts: bloemkool, broccoli en rode kool

Vruchtgewassen
De nieuwe courgetteplanten zijn uitgeplant en zien er een stuk gezonder uit dan het overgebleven plantje die ik in april heb uitgeplant. Ik ben benieuwd of deze het gaat halen en/of de nieuwe planten een inhaalslag gaan maken. Ik weet nu voor volgend jaar dat ik begin mei pas begin met voorzaaien en niet eerder uitplant dan 15 mei.

Links: ‘oude’ courgetteplant, rechts: de nieuwe. 

De pompoenplanten hebben twee bedden tot hun beschikking, beide achterin de tuin. De pompoen Delicata staat op de plek waar de compostbak eerst stond, dus voorlopig hebben ze genoeg compost. Tussen zowel de pompoen en courgette staat oost-Indische kers. Het leek of de oost-Indische kers geen uitlopers zouden vormen (rankend soort), maar het bewijs is geleverd dat hij dat wél doet (rechterfoto).

Voor de tomatenplanten heb ik van pallets een soort kasje gebouwd. Het is geen schoonheid, maar het valt in ieder geval niet uit elkaar. De tomaten moeten beschermd worden tegen de regen, anders krijgen de planten last van Phytophthora oftewel de tomatenziekte. Daarom mag je ook niet op de bladeren gieten. Je moet altijd aan de voet van de plant water geven en zorgen dat de onderste bladeren verwijderd zijn of niet geraakt worden.

Het was een beetje prutsen met de folie die ik had gekocht. Aan de achterkant zit de folie tot de grond en aan de voorkant voor de helft open. Zo is er voldoende luchtcirculatie (denk ik), maar wél beschermd tegen de regen. Ik vind het zelf op een overdekt bushokje lijken.

Aan de voet van de tomatenplanten heb ik smeerwortelblad neergelegd. Smeerwortel(blad) is rijk aan kalium. Kalium zorgt voor mooiere en smaakvolle vruchten. Ik moet nog uitzoeken of dit de beste manier is of dat ik van de bladeren een plantengier moet maken.

We hebben wilde (gewone) smeerwortel aan de rand van onze moestuin staan. Geen onkruid, maar een nuttige plant!

Twee komkommerplanten staan op de plek waar ook de frambozen groeien. Vorig jaar heb ik 1 minuscuul komkommertje geoogst uit de moestuin. De rest kwam uit de kas van de buren, waar we toen onze tomaten en komkommers mochten laten groeien. Hopelijk hebben we nu een betere oogst. De overige komkommerplanten heb ik verspreid in onze achtertuin staan.

Komkommerplant met daaronder een aardbeiplant, een overblijfsel van de vorige eigenaren.

Peulgewassen
Stamslabonen heb ik zowel voorgezaaid als gelijk in de volle grond gezaaid. In de hoop de oogst te kunnen spreiden. De voorgezaaide bonen zijn al grote planten en de eerste bloemetjes komen tevoorschijn. De gezaaide bonen in de volle grond zijn nog klein. Het zou wel een grap zijn als deze de andere zouden inhalen…
Ook stokbonen heb ik voorgezaaid, maar meer om gaten te vullen (zaden die niet gekiemd zijn in de volle grond).

Links en midden: de voorgezaaide stamslabonen. Langs de bamboestokken komen stokbonen op. Rechts: de gezaaide bonen in de volle grond. Een klus die ik samen met de tweeling een tijdje geleden heb uitgevoerd.

De kapucijners met hun mooie paarse bloemetjes op de voorgrond, daarachter stokbonen en stamslabonen eromheen. Een typisch Hollandse lucht erboven.

Kapucijners aan de rechterkant en de tuinbonen aan de linkerkant. De tuinbonen zitten vol luis. Dille helpt op dit moment niet. Ook heeft het niet geholpen dat ze al vroeg uitgeplant zijn. De lieveheersbeestjes zijn wel in grote getale aanwezig op en naast de tuinbonen. 

Bladgewassen
De spinazie begon te bloeien, dus oogstte ik vorige week (23 mei) de laatste blaadjes en trok ik alle planten eruit. Een mooi beginnetje voor de composthoop. Moge er nog veel afval van groenteplanten komen.

Op de plek van de spinazie heb ik de prei uitgeplant. Ook al was de prei nog steeds niet potlooddik, ik heb de gok gewaagd. Zal vast wel goedkomen.
Het was een lastig karweitje: je moest een gat maken (dat deed ik met een pootstok) en daar het preitje in stoppen. Het gat vullen met water en verder niks doen. Alleen de wortels waren heel lang en ik durfde ze niet goed af te knippen, ook al lees je op verschillende sites dat het wel kan. Uiteindelijk heb ik de wortels er maar in gepropt, in de hoop dat ze daardoor niet beschadigd raken.

Ondertussen drentelden er kinderen om me heen: Kan ik nog wat doen? Mag ik water geven? Nee, ik wil de schoffel! Jij hebt de hele tijd al het schepje! Als ze geen ruzie maakten, gingen ze elkaar optillen op de smalle paadjes en stapten ze in m’n bed met rode ui. Die er toch al niet zo florissant uitzag. Ook niet fotowaardig, maar ze redden zich wel.

Wortelgewassen
Tja, de bietjes… Ik had ze gezaaid, we gingen een keer met z’n allen naar de moestuin en toen hadden we geen bietjes meer. Iets met een schoffel en een man die te weinig op de moestuin komt. Gelukkig hebben we ook buren, die overdadig bietjes hadden voorgezaaid en zo kwam het dat we wel weer bietjes hadden. Sindsdien geef ik ook alle aanwijzingen: daar mag je wél en daar mag je niet schoffelen.

Links: bietjes. Rechts: wortel en gele ui. 

Aardappelen
De aardappelplanten zijn makkelijk om te verzorgen (af en toe aanaarden), zien er gezond uit en als het goed is, mag ik ze in juli / begin augustus rooien. Ook de stinkertjes ernaast doen flink hun best. Volgend jaar ga ik wat meer zaaien en gelijk in volle grond. Ik ben al het overpotten wel zat geworden.

Vaste groenten
Dit is eigenlijk een onderdeel wat ik nog niet eerder behandeld heb, maar wel in de moestuin heb geplant. Het gaat om de aardbeien, de artisjok en de kardoen. Het zijn vaste planten die bloemen maken, daarna niet afsterven, maar doorleven en vervolgens in het voorjaar weer uit de reserves van vorig jaar verder groeien. Hierdoor kun je ook eerder oogsten, in tegenstelling tot planten die je het eerste jaar zaait of plant. Ik ga er dus ook niet vanuit dat we nu al van de kardoen en artisjok eten, maar pas volgend jaar. Een ander voordeel is, dat je er nieuwe planten van kunt maken. Bij aardbeien van de uitlopers en artisjok maakt steeds nieuwe scheuten aan, die je van de moederplant weg kunt steken.

Zover is het nog niet en moeten de kleine plantjes eerst veel groter worden. Het uiteindelijke resultaat van de artisjok zie je bij de buren op de achtergrond (achter/midden). Behoorlijk grote, maar ook mooie planten. Van de artisjokplanten kun je de grote bloemknoppen eten, voordat ze opengaan.

Bij de kardoen (verwant aan de artisjok) is het precies andersom. Kardoen maakt kleine bloemen aan en juist de bladeren kun je eten. Je moet de bladeren wel bleken, anders smaken ze bitter. Dat doe je door een jutezak of een wilgenmat om de bladeren heen te wikkelen (in augustus). Dat zal voor onderstaand plantje nog niet gelden.

De aardbeienplanten gaan hun tweede jaar in en maken al vruchten. Ik leg er hooi onder, zodat de aardbeien niet gaan rotten op de natte aarde, na een regenbui.

Leuk dat je meeleest! Ik ben de zeer gewone vrouw achter deze site. Mijn naam is Gerda (36) en ik schrijf over mijn alledaagse leven: ons gezin, feestjes en traktaties, duurzaam en groen leven, ontwerpen en moestuinieren. Maar ook over de ziekte van Bechterew.
Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *