Honderdtwintig liter

En dat is één… En dat is twee…

In mijn hoofd tel ik het aantal gieters water die ik handmatig met de waterpomp uit de grond haal. In elke gieter past 10 liter grondwater. Ik wil het aantal gieters onthouden die ik gepompt heb, maar vaak ben ik halverwege de tel alweer kwijt.

En dat is drie…

De grond is in deze periode zo droog, dat je iedere dag water moet geven. In eerste instantie gaf ik de planten om de dag water. Met de gedachte: Dan verwen ik de planten ook niet. Maar eigenlijk is dat best gek. Je drinkt zelf ook niet om de dag en tegen je kinderen zeg je ook niet: Vandaag even niet. 

En dat is vier…

Water gutst over mijn schoenen en over mijn broek. Zwarte Vans die aan allebei de kanten gescheurd zijn. Rode sokken steken uit de neus van mijn schoenen. Ik vind het niet erg als er water over me heen klotst. Het is geen schoon water, maar wel verfrissend in de warme avondzon.

En dat is vijf…

Voor mijn gevoel ben ik op de helft, maar ik weet zeker dat ik de tien gieters niet ga halen. Niet als ik ook alle bloemen, vaste planten, bramen-, frambozenstruiken en de aardbeien water moet geven. Oh en de kardoen en artisjok. Die vergeet ik meestal. Gelukkig houden ze de grond onder zich vochtig door hun grote bladeren. En ze bieden schaduw aan planten die er pal achter staan. Dat merk je aan de grond, die ook minder droog is.

En dat is zes…

Of Is het alweer zeven? Ik geef de courgetteplanten water, maar het stroomt alle kanten op. Ik had naar de overburen moet kijken. Zij hebben de courgetteplanten in kuilen gezet. Zo blijft het water bij de courgetteplant en stroomt het niet weg. Morgen maak ik een geultje rondom de planten. Onthouden, onthouden.

En dat is acht…

Met mijn rechterhand pomp ik het water uit de grond. Het is zwaar werk, maar je kweekt er tenminste spierballen mee. Met mijn linkerhand draag ik de gieter naar mijn eigen stukje tuin. Twintig stappen heen en twintig stappen terug. Meestal begin ik aan het begin van de moestuin. Linkerbed, rechterbed, volgende bed ernaast. Zo werk ik zigzaggend naar achteren toe.

En dat is negen…

Ik zie dat het eerste bed niet meer zo nat eruit ziet als daarachter. Is het toch nog te warm om 18:00 uur? Ik zou best later water willen geven, alleen dan heeft iedereen hetzelfde idee. En moet ik voortdurend wachten totdat ik de volgende gieter kan vullen. Ik vind het prettig rond deze tijd.

En dat is tien…

Het einde is in zicht. Ik ben achter in de tuin aangekomen. Daar staan alle kolen. Spruitjes, rode kool, broccoli en koolrabi. Ik vergis me elke keer hoeveel water deze bedden nodig hebben. De planten lijken onverzadigbaar.
Helemaal achterin heb ik een border gemaakt, waar ik bloemen heb gezaaid. Die moet ik ook niet vergeten. Het kruidentuintje krijgt af en toe een sproeier, maar niet elke dag. 

En dat is elf….

Ik ben blij als het over een paar dagen weer gaat regenen. Dat betekent: een paar dagen geen water geven. Een ander voordeel is dat je makkelijker kunt schoffelen. De grond is beter bewerkbaar als het vochtig is. We hebben onlangs een regenton aangeschaft voor in de achtertuin, maar eigenlijk is het niet eens zo’n gek idee voor in de moestuin. 

En dat is twaalf… 

De laatste gieter is voor de aardbeiplanten, de bramen en de frambozen. Ik loop nog een keer naar de courgetteplanten en de watermeloen. Een geultje zou echt heel handig zijn.
Na een half uur ben ik klaar. Honderdtwintig liter water heb ik over de moestuin gesproeid. Ik ben tevreden. Ik pak de fiets, doe de moestuindeur achter me dicht en fiets naar huis.

Morgen weer hetzelfde liedje.

Leuk dat je meeleest! Ik ben de zeer gewone vrouw achter deze site. Mijn naam is Gerda (37) en ik schrijf over mijn alledaagse leven: ons gezin, feestjes en traktaties, duurzaam en groen leven, ontwerpen en moestuinieren. Maar ook over de ziekte van Bechterew.

Ik heb weer een nieuwe post. Ben benieuwd naar je reactie!